De historiciteit van Genesis 1-3
Ik geloof van harte en volledig in God als de Creator van al het geschapene, maar ben geen ‘creationist’ meer (met alle respect voor allen die zich creationist noemen). Het creationisme gaat wel uit van de betrouwbaarheid van de Bijbel, maar stelt, daaraan voorafgaand, dat je hun ( evengoed menselijke en dus feilbare) opvatting, dat Genesis 1 een historisch verslag is, moet onderschrijven. Wie dat niet doet bevindt zich volgens hen op een heilloze weg en zal tenslotte ook Christus’ opstanding loochenen. Arjan Baan vindt zelfs dat Bijbelse tucht toegepast zou moeten worden op wie de historiciteit van Genesis 1 niet onderschrijft.
Dit, terwijl er wel degelijk steekhoudende argumenten zijn om te veronderstellen dat het hier niet gaat om een historisch verslag, maar om een hymne, een lofdicht op God de Schepper. Natuurlijk sluit dit niet direct uit dat er ook historische gegevens in verwerkt kunnen zijn. Maar literaire kenmerken, die niet primair een letterlijke betekenis hebben, zijn niet uit te sluiten.
Wanneer creationisten hun claim van historische verslaggeving van de schepping in Gen. 1 opeisen, moet dat evengoed opgaan voor Genesis 2. De verschillen in dit gedeelte met Gen. 1, echter liggen voor het oprapen. Òf hoofdstuk 1 is historisch en letterlijk te nemen, óf Genesis 2. Maar dat ze allebei historisch zijn, lijkt mij - gezien de verschillen - uiterst onwaarschijnlijk.
Uiteraard hebben creationisten allerlei mogelijkheden bedacht (uitgaande van hun historiciteit-dogma) om Genesis 2 naadloos in te passen in hun creationistische visie (uiteraard op dezelfde wijze zoals theïstische evolutionisten hun theorie, door redeneringen trachten in te passen in het bijbels scheppingsverhaal). Beide doen hun uiterste best een waterdicht theoretisch bewijs van hun ‘isme’ samen te stellen. Gegarandeerd: geen van beide zal dat ooit lukken.
Maar langzamerhand is bij mij de mening gerijpt, dat het niet Gods bedoeling is geweest om ons biologie en natuurkunde te onderwijzen, maar ons Zijn heerlijkheid en grootheid te tonen en dat Hij op zoek is naar aanbidders. Wat dat betreft – vergeef mij creationisten-broeders en theïstische-evolutionisten dat ik het zeg, en ik heb jullie er geen haar minder lief om – ik luister graag naar jullie argumenten, maar jullie kunnen mij niet meer overtuigen.
Overigens is dit probleem al heel oud. De eerste eeuwen van het christendom leverden in ieder geval 3 kerkvaders op (Clemens, Origenes en Augustinus) die het scheppingsverhaal allegorisch opvatten. Lijkt me bepaald geen onaanzienlijk gezelschap om mij bij te voegen. Het zal nog wel even duren voordat het laatste woord hierover is gezegd. Straks wanneer we THUIS zullen zijn, zou de Heer ons kunnen vragen, net als eertijds aan de discipelen: waar hebben jullie het onderweg over gehad? De discipelen hielden hun mond dicht omdat ze onderweg woorden met elkaar hadden gehad. Wat zullen wij straks antwoorden?
“….isten” die zich ingraven in stellingen van welk “isme” ook, blijven hun levenlang strijden.
Ik kan me niet herinneren dat mijn Scheppingsgeloof ooit iemand dichter bij God heeft gebracht, Maar het getuigen van mijn geloof in de Schepper van hemel en aarde, Wiens scheppingswerk ik niet kan ontdekken van begin tot eind (Prediker.8:16,17) maar Wiens liefde ik ken en ervaar, heeft dat wel gedaan.
Het heeft m.i. 0,0% effect op een onbekeerd mens, wanneer het een creationist (ooit) zal lukken hem te overtuigen van zijn creationistische scheppingstheorie, vooral wanneer hij weet dat de christenen elkaar in de haren vliegen over de vraag of Genesis 1 nu wel of niet historisch genomen moet worden; en elkaar zelfs met tuchtmaatregelen dreigen.
Om deze reden ben ik na enige jaren opgehouden te discussiëren over het scheppingsverhaal en het verdedigen van het creationisme. Ik ben overgegaan op de geestelijke betekenis van de in Gen. 1 genoemde chaos en de duisternis waarin God licht wil brengen. Dat doet Hij vandaag nog in mensenharten.
In het N.T. vinden we ongeveer 17 citaten uit de eerste drie hoofdstukken van Genesis. En niet één daarvan wordt geciteerd om het scheppingsverhaal te verdedigen. Alle citaten uit het boek Genesis in de brieven van Paulus gebruikt hij als leermodel om het werk en de persoon van Christus te belichten. Dit feit spreekt voor mij boekdelen.
De profeten hebben over MIJ gesproken, zegt Christus
Dat geldt ook voor de eerste drie hoofdstukken van Genesis.
Wie in het boek Genesis Christus gaat zoeken, hem wacht rijke buit.
Aanleiding voor bovenstaande overwegingen is de boeiende en degelijke lezing die Hanno Gerritsen op 20 juli ’10, hield over het onderwerp ‘Schepping’ waarin hij verschillende punten betreffende Gen. 1 t/m 2:3, heeft besproken.
Eén van de vragen die hij stelde aan de aanwezigen was of men het eens kan zijn met de chronologische volgorde van het scheppingsverhaal uit Genesis 1. Hierop gaf ik te kennen dat de chronologie van Genesis 2 niet in overeenstemming is met die van hfst. 1
Historie of Poëzie
In de groepsdiscussie werd opgemerkt, dat Genesis toch een historisch verslag is. Historisch in de zin van: een verslag van wat er gebeurd is in de zes scheppingsdagen.
Is dat werkelijk het geval?
Schoonheid (het gebruik van dit woord prikkelde mij)
In de lezing liet Hanno verschillende literaire bijzonderheden de revue passeren over de schoonheid van de tekst die te zien is in verschillende thematische structuren van de tekst.
(Bijvoorbeeld: hemel- hemel ------hemel / aarde -----aarde- aarde Of: 1e dag licht, 4e dag lichtdragers; 2e dag scheiding tussen wateren en het uitspansel, 5e dag de vogels en de vissen; 3e dag de aarde, 6e dag de dieren en de mens.
Ik voeg nog een paar andere merkwaardigheden toe aan Hanno’s opsomming.
1. En God zag dat het goed was.
Deze zin lezen we 5 x in Gen.1
Op elke scheppingsdag, behalve de 2e ( toen God het water onder het uitspansel en boven het uitspansel scheidde), zag God dat het goed was. Op de zesde dag zei God, nadat Hij de dieren had geschapen, dat het goed was. Maar Hij zei het NIET nadat Hij de mens - ook op de zesde dag - geschpen had. weel zegt Hij dan dat ALLES wat Hij geschapen had zeer goed was.
2. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest
Deze zin komt 6x voor. Toen Hij op de zevende dag het werk voltooid had, zegende Hij de zevende dag en heiligde Hij die.
Op grond van deze ‘schoonheden’ (herhalingen en het soms weglaten of doorbreken ervan zijn functioneel- en kenmerken van Hebreeuwse poëzie) neig ik ertoe, hen die beweren dat Genesis 1 een hymne aan God is, op zijn minst het voordeel van de twijfel te geven. Wanneer dit gedeelte niet in de boeken van Mozes stond, maar in het boek der Psalmen, was het m.i. meteen herkent als een gedicht.
In een historisch verslag vindt men dergelijke ‘schoonheden’ die kenmerkend zijn voor poëzie niet.
Wanneer dit gedeelte inderdaad als een hymne beschouwd kan worden vanwege zijn (m.i.) niet te loochenen literaire Hebreeuwse kenmerken, zullen de creationisten moeten toegeven dat hun claim minder ijzersterk is als zij beweren.