weblog

Misschien lukt het één keer per week (minimaal 1x per twee weken???) een schrijfsel te plaatsen. U zult het merken. Wanneer u er op wilt reageren: van harte welkom. Klik op icoon hiernaast

maandag, 30. augustus 2010 - 17:00 uur
Discriminatie

Wij hebben i.v.m. een korte vakantie, onze dagelijkse nieuwsvergaring even op een laag pitje gezet. Bij terugkomst op het vertrouwde stekkie blijkt dat de teneur van onvrede, misstanden en – noem – maar - op (ondanks de merkbare mediale komkommertijd) nooit eens vakantie houdt; integendeel: zij neemt toe. Net als de klimatologische weersextremen. Neem de Roma’s die Nicolas Sarkozy geen plek onder de Franse zon gunt en het land uitzet. En daarbij tot overmaat van ramp, ook nog bijval krijgt van een meerderheid fransen, waardoor zijn snel slinkend imago weer aardig wordt opgevijzeld. Vervolgens las ik dat de Taliban in Pakistan 3 christenen vermoordden die hulp verleenden aan slachtoffers van de natuurramp. Reden: omdat de Taliban zèlf goede sier willen maken bij de slachtoffers en de christenen dat niet gunnen. Ook in India zijn er legio die christenen dolgraag een kopje kleiner willen maken zo gauw ze de kans schoon zien. Binnenkort gaat een kleinzoon van ons naar hen toe – niet om zich te laten vermoorden maar om hen te vertellen wat Jezus voor hen kan betekenen. Dat is dus niet zonder risico. Hij weet dat! Maar wist u ook, dat vandaag onder 2/3 van de hele wereldbevolking christenvervolging c.q. discriminatie dagelijkse praktijk is, althans er direct mee te maken heeft? (gegevens kunt u checken bij “Open Doors”). Dat heeft alles te maken met wat Christus zijn discipelen in het vooruitzicht stelde toen Hij zei dat een discipel niet méér is dan zijn Heer: Ze hebben mij vervolgd en ze zullen u ook vervolgen; zij hebben mij gehaat en zij zullen ook jullie haten. Laten we maar zeggen: ”It’s all in the game!”

Ondanks dreigingen zullen christenen het niet kunnen laten hun handen uit de mouwen te steken. Zij zullen hun handen blijven uitsteken, omdat Jezus zijn handen naar hen uitstak. Zij zullen slachtoffers uit de blubber blijven trekken en hen willen redden omdat Jezus hen uit de blubber trok om hen voor de eeuwig te redden. Want wie door Jezus Christus gegrepen is, wéét dat niets, noch dood, noch leven hem zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, zijn Heer.

maandag, 9. augustus 2010 - 10:56 uur
Hoe gaat het ?

Gaat het goed met je?
Wat mij betreft, ik gun het je van harte! Weet je wie ontzettend in jou geïnteresseerd is? God! Hij laat Mozes nota bene, op de kop af 10 keer opschrijven in het boek Deuteronomium: “…opdat het u goed gaat!” In drie van de voorafgaande boeken van Deuteronomium was Gods wet al uiteen gezet, maar in dit boek herhaald God voor alle duidelijkheid nog eens de hoofdzaken uit Zijn torah (=onderwijs) en voegt er dit keer heel nadrukkelijk aan toe wat precies Zijn oogmerk is, zodat niemand, die tot tien kan tellen, Hem nog van verkeerde bedoelingen kan beschuldigen. Hij heeft Zijn Woord gegeven, niet om je leven te vergallen, maar opdat jij er wel bij zou varen! God spreekt…en Hij meent het. Zijn belangstelling in jou is oprecht.
Het is redelijk God op zijn minst het voordeel van de twijfel te geven, maar ja, velen voelen daar weinig voor, ondanks zij heel goed weten, dat lang niet alles in hun leven ‘goed en wèl’ verloopt. Het is verre van volmaakt. Een leven mèt God brengt daar radicaal verandering in. Over ‘volmaakt’ gesproken….niets en niemand is volmaakt. Op twee dingen na! Gods weg (Psalm 18:31) en de wet des Heren (Psalm 19:8) – zeg maar: het onderwijs van de Bijbel, niet zozeer de regeltjes die sommigen er van afleiden. Wie zich daardoor laat onderwijzen put uit een betrouwbare bron, ontvangt wijsheid, een vrolijk hart, verlichte ogen (d.w.z. een heldere kijk op zichzelf en zijn omstandigheden), wordt vanbinnenuit gereinigd, kortom… die wordt overladen met een rijkdom die meer waard is dan goud, véél fijn goud.. Lees Psalm 19 maar helemaal uit. En blijf lezen, niet alleen het oude testament, maar ook het nieuwe en ontdek dat Jezus Christus de weg is tot deze goudmijn. HET GA JE GOED!!!

maandag, 2. augustus 2010 - 17:30 uur
Kaleb

De geschiedenis van Kaleb vind je in Numerie 13 en 14 en in Jozua 14. Zijn naam betekent ‘hond’. Deze naam past helemaal bij hem. Eén van de meest opvallende karaktereigenschappen van een hond is onwankelbare en onbaatzuchtige trouw aan zijn baas. Voor hem gaat hij door het vuur, met minachting voor de gevolgen die het voor hem kan hebben.
Kaleb was één van de 12 verspieders die door Mozes werd uitgezonden om Kanaän te verkennen voordat ze het land zouden innemen. Tien van hen zonk de moed in de schoenen. Zij voelden zich als sprinkhanen tegenover de reuzen in het land en zagen het binnentrekken van Kanaän als zelfmoord. Zij toonden geen greintje geloof in de God van Israël die hen uit Egypte had verlost. Alleen Kaleb, later bijgevallen door Jozua, gelooft dat de geweldige overmacht van de reuzen van Kanaan, voor de almacht van God niet meer voorstellen dan een paar onnozele sprinkhanen en dat DIE GOD de reuzen in hun macht zou geven en het land in hun bezit.
De tien, die het in hun broek doen vanwege de reuzen, zijn helemaal niet bang voor één Kaleb en roepen het volk op hem te stenigen. God verhindert dat en besluit dat het hele volk 40 jaar in de woestijn zal verblijven, en niemand van hen, behalve hun kinderen en Kaleb en Jozua, ooit een voet in Kanaän zullen zetten. “Niemand anders krijgt het te zien”, zegt God, “maar mijn dienaar Kaleb, die door een andere geest bezield was, en Mij volkomen trouw is geweest, hem zal ik naar het land brengen en zijn nakomelingen zullen het bezitten”.
Vijf en veertig jaar later (Gods molens malen – soms – langzaam, maar wel zeker) staat Kaleb voor Jozua en herinnert hem eraan wat hem beloofd is (lees Jozua 14 vanaf vers 6 -15) …ik ben nu vijfentachtig jaar oud, maar nog altijd even sterk als op de dag dat Mozes me op verkenning stuurde. Ik ben nog evengoed als toen in staat te vechten en het bevel te voeren…Als de Here me maar bijstaat…zal ik ze ( die reuzen) wel meester worden, zoals Hij beloofd heeft.
Wat een kerel, wat een Kaleb-geloof, wat een Kaleb-trouw, onverschrokken.

Nadert tot God en Hij zal tot u naderen (Jakobus 4:8)

maandag, 26. Juli 2010 - 10:23 uur
Over de historiciteit van Genesis 1-3

Ik geloof van harte en volledig in God als de Creator van al het geschapene, maar ben geen ‘creationist’ meer (met alle respect voor allen die zich creationist noemen). Het creationisme gaat wel uit van de betrouwbaarheid van de Bijbel, maar stelt, daaraan voorafgaand, dat je hun ( evengoed menselijke en dus feilbare) opvatting, dat Genesis 1 een historisch verslag is, moet onderschrijven. Wie dat niet doet bevindt zich volgens hen op een heilloze weg en zal tenslotte ook Christus’ opstanding loochenen. Arjan Baan vindt zelfs dat Bijbelse tucht toegepast zou moeten worden op wie de historiciteit van Genesis 1 niet onderschrijft.
Dit, terwijl er wel degelijk steekhoudende argumenten zijn om te veronderstellen dat het hier niet gaat om een historisch verslag, maar om een hymne, een lofdicht op God de Schepper. Natuurlijk sluit dit niet direct uit dat er ook historische gegevens in verwerkt kunnen zijn. Maar literaire kenmerken, die niet primair een letterlijke betekenis hebben, zijn niet uit te sluiten.

Wanneer creationisten hun claim van historische verslaggeving van de schepping in Gen. 1 opeisen, moet dat evengoed opgaan voor Genesis 2. De verschillen in dit gedeelte met Gen. 1, echter liggen voor het oprapen. Òf hoofdstuk 1 is historisch en letterlijk te nemen, óf Genesis 2. Maar dat ze allebei historisch zijn, lijkt mij - gezien de verschillen - uiterst onwaarschijnlijk.
Uiteraard hebben creationisten allerlei mogelijkheden bedacht (uitgaande van hun historiciteit-dogma) om Genesis 2 naadloos in te passen in hun creationistische visie (uiteraard op dezelfde wijze zoals theïstische evolutionisten hun theorie, door redeneringen trachten in te passen in het bijbels scheppingsverhaal). Beide doen hun uiterste best een waterdicht theoretisch bewijs van hun ‘isme’ samen te stellen. Gegarandeerd: geen van beide zal dat ooit lukken.
Maar langzamerhand is bij mij de mening gerijpt, dat het niet Gods bedoeling is geweest om ons biologie en natuurkunde te onderwijzen, maar ons Zijn heerlijkheid en grootheid te tonen en dat Hij op zoek is naar aanbidders. Wat dat betreft – vergeef mij creationisten-broeders en theïstische-evolutionisten dat ik het zeg, en ik heb jullie er geen haar minder lief om – ik luister graag naar jullie argumenten, maar jullie kunnen mij niet meer overtuigen.
Overigens is dit probleem al heel oud. De eerste eeuwen van het christendom leverden in ieder geval 3 kerkvaders op (Clemens, Origenes en Augustinus) die het scheppingsverhaal allegorisch opvatten. Lijkt me bepaald geen onaanzienlijk gezelschap om mij bij te voegen. Het zal nog wel even duren voordat het laatste woord hierover is gezegd. Straks wanneer we THUIS zullen zijn, zou de Heer ons kunnen vragen, net als eertijds aan de discipelen: waar hebben jullie het onderweg over gehad? De discipelen hielden hun mond dicht omdat ze onderweg woorden met elkaar hadden gehad. Wat zullen wij straks antwoorden?

“….isten” die zich ingraven in stellingen van welk “isme” ook, blijven hun levenlang strijden.
Ik kan me niet herinneren dat mijn Scheppingsgeloof ooit iemand dichter bij God heeft gebracht, Maar het getuigen van mijn geloof in de Schepper van hemel en aarde, Wiens scheppingswerk ik niet kan ontdekken van begin tot eind (Prediker.8:16,17) maar Wiens liefde ik ken en ervaar, heeft dat wel gedaan.
Het heeft m.i. 0,0% effect op een onbekeerd mens, wanneer het een creationist (ooit) zal lukken hem te overtuigen van zijn creationistische scheppingstheorie, vooral wanneer hij weet dat de christenen elkaar in de haren vliegen over de vraag of Genesis 1 nu wel of niet historisch genomen moet worden; en elkaar zelfs met tuchtmaatregelen dreigen.
Om deze reden ben ik na enige jaren opgehouden te discussiëren over het scheppingsverhaal en het verdedigen van het creationisme. Ik ben overgegaan op de geestelijke betekenis van de in Gen. 1 genoemde chaos en de duisternis waarin God licht wil brengen. Dat doet Hij vandaag nog in mensenharten.

In het N.T. vinden we ongeveer 17 citaten uit de eerste drie hoofdstukken van Genesis. En niet één daarvan wordt geciteerd om het scheppingsverhaal te verdedigen. Alle citaten uit het boek Genesis in de brieven van Paulus gebruikt hij als leermodel om het werk en de persoon van Christus te belichten. Dit feit spreekt voor mij boekdelen.
De profeten hebben over MIJ gesproken, zegt Christus
Dat geldt ook voor de eerste drie hoofdstukken van Genesis.
Wie in het boek Genesis Christus gaat zoeken, hem wacht rijke buit.

VOOR MEER: (kopieren en in adresbalk plakken)
http://www.sstreuper.nl/04a0219d1511bf209/04a0219d331150f06/04a0219dc0149ab01.html

maandag, 19. Juli 2010 - 15:15 uur
Zonsondergang - zonsopgang



Een leven vol list en bedrog

Het leven van aartsvader Jakob werd er door gekenmerkt: list en bedrog.
Afgelopen zondag werd ik er opnieuw bij bepaald toen Rogier van Splunter de woorden memoreerde uit Genesis 32 vers 31, waar staat dat de zon over hem (Jacob) opging. Mooi is dat, wanneer de zon over iemands leven opgaat. Het licht jou overspoeld nadat je lange tijd in het duister hebt rondgetast, zonder te vinden wat jij zoekt en geen spoortje licht kunt ontdekken… en dan ineens breekt de zon door! Herken u/jij dat? Of, zit u/jij er soms op te wachten?
Vier hoofdstukken terug (in Genesis 28:11) is diezelfde Jakob (zijn naam betekent hielelichter of bedrieger) op de vlucht voor zijn broer Ezau die hij op een lepe manier zijn eerstgeboorterecht (een dubbele portie als eerste erfgenaam) heeft ontfutseld voor de somma van een simpel bordje linzenmoes, toen tweelingbroer Ezau hongerig en vermoeid van de jacht terugkwam.
De avond van de dag waarop Jakob, geholpen door moeder Rebekka, zijn ouderlijk huis ontvluchtte, komt hij aan te Betel. Het tijdstip van zijn aankomst wordt nauwkeurig omschreven: “En hij bereikte een plaats, waar hij bleef overnachten, omdat de zon ondergegaan was.” (Genesis 28 vers 11) Deze twee Schriftplaatsen waarin gesproken wordt over zonsondergang en zonsopgang hebben een bijzondere functie in dit Bijbelverhaal. Ze zeggen niet alleen iets over het natuurverschijnsel van het dalen en rijzen van de zon, maar vooral iets over de geestelijke gemoedgesteldheid waarin het hart van Jakob zich bevind. Er heerst duisternis is zijn ziel. Hij, de notoire bedrieger is de weg kwijt.

Over die duistere periode vind je een uitvoerig verslag in de tussenliggende verzen. Jakob brengt het er schijnbaar nog niet eens zo gek vanaf, zou je denken. Al wordt Jakob, op zijn beurt vreselijk bij de neus genomen door zijn schoonvader Laban. Jakob is stapelgek op de knappe Rachel en heeft haar ‘gekocht’ voor een zevenjarig arbeidscontract. Maar na het vieren van de bruiloft en de huwelijksnacht kijkt Jakob in de eerste schemer van het ontluikend morgenlicht niet in de stralende ogen van zijn beminde Rachel, maar in de fletse ogen van de niet knappe Lea. Maar goed, Laban is de kwaadste niet. Jakob mag Rachel er direct bij hebben, maar moet dan zijn arbeidscontract wel met zeven jaar verlengen.

Tussen Jakobs zonsondergang en zonsopgang liggen dus minimaal 14 jaren. Economische successen verwacht hij niet van God, maar van bijgelovige kunstgrepen. En dat, terwijl zijn gezinsleven een aaneenschakeling is van jalouzie en onenigheid. Wel aardse bezittingen, maar geen vrede in eigen hart en huis. Duisternis rondom, vanbinnen en vanbuiten.
Uiteindelijk moet hij toch weer terug naar zijn ouderlijk huis en naar zijn slachtoffer Ezau. Dat is voor Jakob een complete nachtmerrie, die zijn climax vindt in de ontmoeting met God aan de rivier de Jabbok.
Daar moet het hoge woord, dat hij al die jaren niet door zijn keel kon krijgen eruit. God vraagt Jakob naar zijn naam. Het wordt een enorme worsteling voor hem. Zal het lukken? Ja, het lukt. Mijn naam is ‘Jakob’ Ik ben een hielelichter, een bedrieger! En dan gebeurt het! NIET EERDER.

En de zon ging over hem op, toen hij door Penuël getrokken was: en hij ging mank aan zijn heup. (Genesis 28:31)
(Over die manke heup hoor je Jakob niet klagen. In overdrachtelijke is je heup een geweldige krachtbron waarmee je je leven aan kunt. Maar Jakob moest leren om niet meer op eigen kracht te vertrouwen maar op zijn God.) Wie die les leert is een gelukkig, bevoorrecht mens.

Laat de zon ook over uw/jouw leven opgaan

oude bijdrage

aanmelden