Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Welkom op mijn weblog.
Wanneer je wilt reageren, doe dat dan.
Klik op het potlood hiernaast en mail mij.

mail deze link naar een kennis!
Vul zijn emailadres in:

zaterdag, 13. augustus 2011 - 11:33 uur
Neem Paulus' mantel mee

(Dit is de originele tekst van het ingekorte in het ND op 13 aug.2011 opgenomen artikel)

Jammer dat A. Verbree op een weerlegging van zijn bijbelkritiek wat populistisch en triomfantelijk reageert in zijn kruimeldief van het ND (Nederlands Dagblad) van 6 Augustus: een verdwaald reukofferaltaar en teksten over ‘horen’ en ‘niet horen’ (fout in Handelingen), die haaks op elkaar zouden staan, klinken verbaal sterk en stoer. Ik betreur dat, want hiermee dient hij de zaak van de Koning niet. Over het reukofferaltaar is nog wel meer te zeggen dan al gedaan is, en die teksten die haaks op elkaar zouden staan zijn intussen degelijk en deugdelijk weerlegt in een volgende editie door G.Kramer en overzichtelijk op een rijtje gezet. Blijft alleen nog over zijn negatieve beoordeling van de tekst uit 2Tim.4:12,13 die je niet zou kunnen gebruiken als ‘Preektekst’
Het is nogal bizar, vindt Adrian, om te veronderstellen dat in de mededeling dat Paulus Timotheus verzoekt zijn mantel mee te nemen die hij in Troas achtergelaten heeft, een boodschap voor de gemeente verborgen zou kunnen zijn. Dat maakt hij niet mee! En ook al kan Verbree het nut van deze mededeling niet vatten en onbetekenend vindt, die mantel maakt wel deel uit van het Woord van God dat als een hamer de hardste rots verbrijzeld. Het is een levend woord uit het Woord waarvan de Bijbel zegt dat het niet gebroken kan worden. Kennelijk gaat Verbree wat al te nonchalant om met Gods Woord. Dat Woord zal altijd doen wat God behaagt, het zal nooit ledig terugkeren. Ook het woord ‘Als je komt, neem dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament.’ (2Tim.4:12,13)
Juist de mededeling over die mantel is van grote betekenis geweest voor J.N.Darby (1800-1882), een voorganger onder ‘De Broeders’. Hij vertelt, wanneer hij schrijft (lerende over de inspiratie van de Bijbel) dat ook ogenschijnlijk onbelangerijke mededelingen behoren tot de Schrift van God en dezelfde kracht bezitten. Dit woord was hem tot nut geweest omdat hij de neiging had zichzelf te verwaarlozen (hij was ongetrouwd). Wanneer een woord de een niet aanspreekt, kan het een ander juist sterk aanspreken.
En een beetje verkondiger van het evangelie (zoals Adrian Verbree toch is) moet over dit vers toch gemakkelijk een hele serie preken kunnen maken? Kom nou!
Ik wil nog wel graag even even Hebr.4;12 hier citeren:
Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.
Dat geld ook voor die ‘bizarre’ mantel. En let op de onverbrekelijke eenheid en verbinding die er bestaat tussen “het Woord” en “de ogen van Hem”. Het Woord is identiek met de ogen van Hem! En wanneer je hier of daar vraagtekens hebt, zet die dan in de kantlijn van je Bijbel. Als je dat vraagteken een (paar) jaar later weer tegenkomt en de tekst nog eens weer leest, vraag je je verbaasd af wat voor probleem je daar eerder gezien hebt, het stond er toch duidelijk genoeg. Dan neem je gewoon een gummetje, gumt het vraagtekentje weg en constateert voldaan dat je kennelijk bent toegenomen in wijsheid en kennis.

zondag, 31. Juli 2011 - 21:52 uur
Abba Vader

Hieronder eerst een verkorte vetgedrukte samenvatting van het nd artikel :
"‘Papa-geloof’ kent eenzijdige kant". d.d. 25 Juli 2011.

BIDDINGHUIZEN - Het Bijbelse begrip Abba betekent niet papa, zoals vaak wordt gedacht. 'Abba is de term waarmee een volwassen zoon zijn vader eerbiedig aansprak.'


Dat zei de Nederlands-gereformeerde predikant Willem Smouter maandag tijdens een seminar op de zomerconferentie van New Wine in Biddinghuizen. 'Abba' is een in de Bijbel onvertaalde term uit het Aramees, gebezigd door Jezus als Hij over zijn Vader sprak, en naderhand ook genoemd door Paulus. Vertaling van die term met 'papa' is niet juist, zei Smouter.
Het gevaar van eenzijdigheid zou volgens hem hierin bestaan: 'Alsof we allemaal Gods kindertjes zijn, die voortdurend behoefte hebben aan troost en om te schuilen.'

COMMENTAAR:


Papa – geloof eenzijdig?


Wanneer de auteur van “Papa - geloof kent eenzijdige kant”, de toespraak op een seminar in Biddinghuizen van ds. W. Smouter correct heeft weergegeven (zie het ND d.d. 26-9 j.l. op pagina 2), vallen mij een paar dingen op. In de eerste plaats de betekenis die hij aan het woord Abba geeft. W.Smouter: 'Abba is de term waarmee een volwassen zoon zijn vader eerbiedig aansprak.' Dat ‘eerbiedig’ kan rustig weggelaten worden omdat het hier alleen maar als tegenstelling met ‘kinderlijkheid’ (papa) gebruikt wordt. (ik kom daarop straks terug). Deze omschrijving is zeker niet beter dan die van ‘papa’. En er is al helemaal geen sprake van een ‘eenzijdige kant’ waarop het artikel inzet. Door deze tegenstelling te maken wordt de indruk gewekt dat het meer gaat over het onbegrepen cultuurverschil tussen gereformeerde eerbied enerzijds en (veronderstelde) evangelische kinderlijkheid (vrijmoedigheid) anderzijds. Het Bijbelse ‘Papa - geloof’ kent namelijk deze eenzijdigheid niet.
Ten tweede: De auteur schrijft dat Smouter gezegd zou hebben: “Abba' is een in de Bijbel onvertaalde term uit het Aramees, gebezigd door Jezus als Hij over zijn Vader sprak”. Dat klopt niet. Nooit gebruikte hij dit woord wanneer Hij over zijn Vader sprak. Slechts één keer gebruikte Hij het toen Hij bad tot zijn Vader in de hof van Getsemane: ‘Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt’.(Marc 14:36)

Dit “papa” interpreteren - zoals volgens de auteur Smouter doet 'Alsof we allemaal Gods kindertjes zijn, die voortdurend behoefte hebben aan troost en om te schuilen.' Is dan ook bezijden de gangbare betekenis die in evangelische kringen aan het “Abba Vader” verbonden wordt.

Het Abba vader, wijst niet op het naderen tot de Vader ‘met eerbied’. Het naderen tot de Vader gaat hier per definitie gepaard met eerbied. De Heer heeft dit ene woord gereserveerd om die voor het aangezicht van Zijn Vader uit te spreken in zijn allerdiepste nood om daarmee zijn intieme verbondenheid, afhankelijkheid en gehoorzamheid als Zoon van God tot uitdrukking te brengen.

Dit woord is vooral zo bijzonder omdat de Heer het slechts één keer heeft gebruikt. Daarnaast gebruikt de Heilige Geest dit woord nog twee keer (Rom.8:15;Gal.4:6) om ons duidelijk te maken, dat wij door Christus’ verzoeningswerk in dezelfde verhouding tot Zijn Vader gebracht zijn en wij een geest van zoonschap hebben ontvangen waardoor wij roepen: ‘Abba Vader’! Dat is veel meer dan éerbied’. Het is de verwondering over onze nieuwe identiteit: evenals Jezus: zoon van de Vader! Slechts drie keer gebruikt de Heilige Geest het woord ‘Abba Vader’ in de Bijbel, alsof Hij daarmee heel nadrukkelijk de exclusieve rechten van de Zoon van de Vader en zijn diep doorleefde gemeenschap en verbondenheid als Mensenzoon openstelt voor allen die de Zoon tot de Vader zal brengen. Hij, de eerste van vele broeders deelt nota bene Zijn Zoonschap met allen die Hij gekocht heeft en introduceert hen in dezelfde gemeenschap en relatie tot Zijn Vader. Het ‘abba Vader’ drukt veeleer de vertrouwelijke omgang met de hemelse vader uit tot wie wij in kinderlijke vrijmoedigheid mogen naderen en in het rotsvaste vertrouwen dat Hij ons, wat er ook gebeurt, nooit zal begeven of verlaten. Geloven als een kind! En daarin vrede vinden en moed en kracht putten om door te gaan tot het eind, zoals Jezus deed toen Hij opstond en zijn haters tegemoet trad. Met dat ‘papa-geloof ‘ is niets mis.



Dat de Heer dit woord slechts één keer gebruikt in deze omgeving, op dit uur en op deze plaats. Spreekt boekdelen. In het donkere uur van de diepste angst boog de Mensenzoon zich en riep de Allerhoogste aan met dat unieke woord ‘Abba’ Vader!...
Het onvertaalde Aramese woord ‘Abba’ gebruikte elk kind in die tijd om daarmee zijn eigen vader aan te duiden; de intieme relatie van vader en zoon; (een slaaf mocht zijn heer onder geen beding ‘abba’ noemen).Abba staat dus voor de intieme, vetrouwelijke relatie tussen vader en zoon. Het nederlands woord ‘Papa’ staat daar dus heel dichtbij

woensdag, 25. mei 2011 - 09:55 uur
OUWENEEL ONBEVOEGD?

Hoor het gerommel van een naderend onweer in sommige kerken

Het was te lezen in het ND van 21 me1 j.l. in het commentaar van Koert van Bekkum onder de kop ‘Ouweneel’, die in een gecombineerde dienst van de NGK en de GKV onbevoegd een preek hield waarbij jonge mensen aan zijn lippen hingen.
Van Bekkum geeft de meningsverschillen over deze kwestie scherp aan. Lees maar even mee:

Veel kerken zoeken naar heldere antwoorden op de vragen waar ze tegenaan lopen. En de traditionele kaders tellen daarbij steeds minder. Zie de liturgische veelvormigheid, de opmars van kerkelijk werkers, én de preek van Ouweneel, in een Randstedelijke gemeente waar dat eigenlijk niet mocht. Met alle felle reacties van dien. Want waar de een het te belachelijk voor woorden vindt dat men zich hier nog druk over maakt, vraagt een ander zich af hoe deze dwaalleraar op een CGK-preekstoel belandt. Afspraak is toch gewoon afspraak?

Van Bekkum eindigt zijn commentaar met:

Beter een saai gebracht evangelie dan on-Bijbelse schittering van woorden.

Het complete artikel en mijn weerwoord kunt u lezen door te klikken op de titel hierboven ‘OUWENEEL ONBEVOEGD?

zaterdag, 14. mei 2011 - 20:46 uur
Slachtoffers van Jan Zijlstra of van eigen ongeloof?


Wij moeten ons niet zo verbazen over ons ongeloof, ook al rekenen wij onszelf tot standvastige gelovigen, die menen te weten waar Jan Zijlstra in zijn uitleg van genezingswonderen de fout in gaat. Zonder twijfel geven wij de Heer, evenals de discipelen destijds, vaak reden te verzuchten: hoe lang zal ik jullie nog verdragen. De Heer heeft eens gezegd dat wij altijd moeten bidden en niet verslappen en vertelt dan de gelijkenis van een weduwe die door blijft gaan met bidden – tot op het drammen af - totdat haar recht wordt verschaft. Hij besluit vervolgens met de retorische vraag of Hij nog wel geloof zal vinden bij zijn komst. Nee dus, zelfs niet bij Bijbelgetrouwe gelovigen die zeker weten dat Christus spoedig zal terugkomen. Meer dan voldoende reden ons te schamen.
Vanwaar die behoefte om broeder Zijlstra te beschuldigen van halve waarheden en het maken van slachtoffers? Is dat eerlijk? en logisch? – en nog belangrijker: geeft de Bijbel aanwijzingen dat we de schuld bij de dienstknecht moeten leggen wanneer zijn gebed niet wordt verhoord?
Laten we eens kijken naar Johannes de doper, de heraut van Koning Jezus. Hij zit opgesloten in de kerker van Herodes en hoort wat Jezus doet. Blinden worden ziende, kreupelen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd, terwijl hijzelf, nota-bene!, gevangen zit. "Hier klopt iets niet" moet hij gedacht hebben en stuurt een paar discipelen op onderzoek uit. Wanneer die terugkomen, geven zij hem Jezus’ boodschap door ,vergezeld van de veelzeggende opmerking: en welgelukzalig is hij die aan mij niet geërgerd wordt. Tja, dat is niet mals. Jezus legt zijn vinger op een pijnlijke plek in het hart van Johannes. Kennelijk nam hij aanstoot aan Jezus, die er wel was voor anderen, maar niet voor hem. Anderen werden, zoals Jesaja geprofeteerd had (35:5 en 6 en Jes. 61:1), verlost, waarom hij dan niet? Wat onderscheidde hem van de anderen? Neemt de Heer hem zijn twijfel kwalijk? Waardeerde Jezus hem minder? Werd hij minder door hem geliefd? Geen sprake van! Jezus zegt van hem dat hij méér is dan een profeet, de grootste van allen die ooit uit een vrouw geboren zijn! En waarom ontbreken in dit citaat de woorden “om voor gevangenen vrijheid uit te roepen” ? Reken maar dat Johannes dit opgevallen moet zijn. Begrijpelijk dat hij teleurgesteld is en geen antwoord weet op de vele vragen die hem bestormen. Hem staat maar één ding te doen: zich neerleggen bij zijn levensmotto: ‘Hij moet wassen, ik minder worden’. Kennelijk heeft hij zijn bestemming bereikt na het volbrengen van de meest eervolle taak die een mens te beurt kan vallen.
Het is te gek voor woorden hieruit de conclusie te trekken dat Johannes het slachtoffer is geworden van halve waarheden en genezingen die Jezus verkondigde en deed. Waarom zullen wij Jan Zijlstra dan in de schoenen schuiven dat hij slachtoffers maakt en halve waarheden verkondigt.
Het is in de eerste plaats de vraag hoe ieder persoonlijk met deze fijten omgaat; hoe wij persoonlijk in het geloof staan. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle. Voor mij geldt alleen de vraag of ik bereid ben het lot dat mijn Vader voor mij heeft bestemd te aanvaarden, ook wanneer dat voor mijn vlees minder aangenaam is. Zo zijn er tientallen voorbeelden in de Schrift te vinden. B.v. Daniël stond letterlijk voor hete vuren. Hij vertrouwde dat God hem door het vuur heen in leven zou kunnen behouden; evenwel kon hij ook zeggen: maar ook indien niet… (Dan.3:18). Dit stemt overeen met het levensverhaal van mevrouw Dempsey uit Rijssen in het ND van 14 mei 2011. Zij gaf het voorbeeld van volhardend geloof en gelovig gebed. Haar geloof stortte niet in toen God niet gaf wat Hij wel heeft beloofd, omdat Hij iets beters voor haar in petto heeft (lees Hebreeën 11:39)! Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, maar Hijzelf honderd procent betrouwbaar, ook wanneer zijn beleid ons begrip overstijgt.
“Wat de toekomst brengen moge, mij geleid des Heren hand!”

vrijdag, 22. April 2011 - 17:17 uur
Schraalheid van geloof


n.a.v. art ND vrijdag 22 april 2011

Volgens drs. Wim Dekker, hoofd vorming en educatie van het IZB is dit de oorzaak van het leeglopen van de kerk: schraalheid van geloof. En verder: als de kerk haar identiteit in Christus niet hervindt, loopt zij verder leeg. Voor hem is het geen vraag, maar een zeker weten. De prediking deugt niet, is te oppervlakkig, moet dieper. ‘Iets met Jezus hebben’ is te vaag; wat we in Christus zijn kan niet in een preek van een kwartier uitgelegd worden etc. etc.. Maar wat bedoelt hij met ‘de kerk’? en de identiteit ervan? Wel: dat is de kerk als instituut zoals Constantijn het geconstrueerd heeft en via de katholieke kerk tot ons is gekomen. Vóór Constantijns tijd waren er echter wereldwijd slechts plaatselijke gemeenten van christenen. Samen vormden deze gemeenten ‘de ene algemene christelijke kerk’. Nergens vind je in de Bijbel, noch in de geschiedenis, aanwijzingen dat God op de een of anderen wijze deze institutionalisering van de gemeente heeft bevolen of daarna geautoriseerd heeft. Het lijkt mij veel aannemelijker te concluderen dat daarmee de gemeente zijn oorspronkelijke identiteit prijs gaf dan dat ze hiermee een door God bedoelde identiteit aannam! M.a.w.: mensenwerk! Het blijkt dat Wim Dekker alleen maar oog heeft voor het door mensen ingesteld instituut kerk, dat vandaag de dag leegloopt. Wie op deze kerk en het verlaten daarvan gefocust is en het van deze door mensen ingestelde ‘kerk’ verwacht, is zelf de oorzaak van zijn bedrijfsblindheid en niet meer in staat het werk van Gods Geest te onderscheiden. Hij zal elke missionaire activiteit, die niet primair gericht is op het instituut ‘kerk-zoals-hij-die-zelf-de- juiste-acht’ veroordelen; Het gaat hem enkel om zijn eigen exlusieve ideeën omtrent de inrichting van de kerk. Geen wonder dat hij dan geen affiniteit heeft met mensen als Keller en Grath die onder ‘kerk’ in de eerste plaats het lichaam van Christus, de gemeente van de levende God verstaan, die bestaat uit alle wedergeboren christenen. Het is niet slechts jammer, maar ook tragisch, dat hij niet in staat is te zien hoe de Geest van God vandaag werkt. Ondanks de kerkleegloop, bindt Hij gelovigen samen, die zich beijveren Jezus meer lief te hebben en beter te leren kennen om ook anderen voor Hem te winnen. Wat mij betreft mag ‘mijn kerk’ verdwijnen naarmate ik meer mensen ontmoet met de identiteit ‘die iets met Jezus’ hebben om Hem te willen grootmaken en de wereld te tonen wat Hij voor ons – zijn gemeente - betekent.
De eerste martelaren kenden het instituut kerk helemaal niet, maar wisten precies welke keuzes zij moesten maken. Hun identiteit was niet alleen maar ‘in Christus’. Hun identiteit was Christus Zelf. Zij volgden niet alleen de hun voorgehouden preek, maar Hemzelf. Zelfs tot in de dood. Wiens geloof is nu eigenlijk het schraalst?
Wel ben ik met Dekker eens, dat de leegloop alles te maken heeft met het oordeel van God. Maar dat heeft meer te maken met het instituut ‘kerk’ en hoe wij dat persoonlijk praktisch invullen dan met hen die weggaan.

oude bijdrage

aanmelden